Laten we de toekomst van je leven formen!
Kies je hoofdthema en pak het stap voor stap aan met onze beste startgidsen.

Het is zo’n typische winterochtend. Je wekker gaat, buiten is het nog donker, en je lichaam lijkt te onderhandelen: “We kunnen dit wel… maar liever niet.” Je sleept jezelf richting koffie, je hoofd voelt wat stroperig, en tegen de tijd dat je echt op gang komt, is het alweer bijna tijd voor lunch. En dan, ergens tussen “ik ben gewoon druk” en “waarom ben ik zó moe?”, komt die gedachte: zou dit vitamine D kunnen zijn?
Die vraag is logisch. Sterker nog: in Nederland is vitamine D in de winter een terugkerend thema, omdat je lichaam dan simpelweg minder kansen krijgt om het zelf aan te maken. De belangrijkste bron is zonlicht, en in de wintermaanden staat de zon hier te laag om genoeg vitamine D in je huid te make, je teert dan vooral op de voorraad die je eerder hebt opgebouwd.
En het gaat niet om “een paar mensen”. Het RIVM liet zien dat aan het einde van de winter (maart 2023) 7 tot 26% van de Nederlanders een vitamine D-tekort had, en dat de vitamine D-status in de winter het laagst is door weinig zonlicht.
Maar (en dit is de belangrijkste nuance van dit hele onderwerp): vitamine D is geen energydrankje. Als je een tekort hebt, kan aanvullen echt verschil maken in hoe je je voelt en functioneert. Alleen… als je géén tekort hebt, is de kans groot dat je er weinig van merkt. Daarom is het slim om vitamine D in de winter te zien als een basis-check: klopt de fundering, of missen er stenen?
Vitamine D is eigenlijk een beetje een “bijzondere vitamine”. Het gedraagt zich namelijk ook als een hormoon: je lichaam gebruikt het niet alleen als voedingsstof, maar ook als signaalstof die allerlei processen aanstuurt. De bekendste rol is die bij botten en tanden. Vitamine D helpt je darmen om calcium en fosfaat uit je voeding op te nemen. Zonder voldoende vitamine D kun je dus prima calcium eten, maar alsnog minder goed benutten. Je lichaam gaat dan compenseren door calcium uit je botten vrij te maken, waardoor botten op de lange termijn minder sterk kunnen worden. Daarnaast speelt vitamine D mee in spierfunctie (denk aan kracht en herstel) en heeft het invloed op onderdelen van je immuunsysteem.
De aanmaak in je lichaam begint vooral bij zonlicht. In je huid zit een stofje dat lijkt op cholesterol: 7-dehydrocholesterol. Zodra er UVB-straling op je huid komt (dat is het “juiste type” zonlicht), wordt dat stofje omgezet in een voorstadium van vitamine D. Door lichaamswarmte verandert dit vervolgens in vitamine D3. Daarna reist vitamine D via je bloed (gebonden aan een transporteiwit) naar de lever. Daar krijgt het als het ware een eerste “upgrade” en wordt het 25-hydroxyvitamine, dit is ook de vorm die artsen meestal meten in bloedtests, omdat het je voorraad het beste weerspiegelt.
Vervolgens gaat het naar de nieren, waar het opnieuw wordt omgezet naar de actieve vorm (calcitriol). Dát is de vorm die als een soort dirigent je calciumhuishouding en andere processen aanstuurt.
Waarom is dit in de winter zo’n ding? Omdat je die UVB-straling dan vaak niet genoeg binnenkrijgt. De zon staat laag, je huid ziet minder zon, je zit meer binnen en bovendien blokkeert glas UVB (dus zon door het raam helpt nauwelijks voor vitamine D-aanmaak). Ook factoren zoals donkere huid (meer melanine), ouder worden (minder efficiënt in de huid) en bedekkende kleding maken de aanmaak lastiger. Voeding helpt een beetje (vette vis, eieren, verrijkte producten), maar voor veel mensen is dat in de winter niet genoeg om een optimale voorraad te houde, daarom wordt suppletie voor bepaalde groepen aangeraden.
“Moe in winter” is een beetje als druk op werk: het zegt veel, en tegelijk niets. In de winter verandert je dagritme, je ziet minder daglicht, je beweegt vaak minder, je zit meer binnen en je slaap kan rommeliger worden. Dat alleen al kan je energieniveau beïnvloeden.
Een vitamine D-tekort kan daarbij óók meespelen, maar de klachten zijn niet altijd super-specifiek. Denk eerder aan dingen als spierzwakte of het gevoel dat je spieren minder “meewerken”, en op langere termijn kan een tekort bijdragen aan problemen rond botten en spieren. Het Voedingscentrum benoemt vitamine D als belangrijk voor stevige botten en tanden en voor een goede spierfunctie, en het speelt mee in het immuunsysteem.
Wat je níét wil, is jezelf wijsmaken dat vitamine D de verklaring is voor alles wat je in de winter voelt. Zie het zo: vitamine D is vooral de basisconditie. Als die basis laag is, voelt de rest zwaarder. Als die basis prima is, moet je je winst waarschijnlijk zoeken in daglicht, slaap, stress, voeding, beweging of een combinatie.
Gezond eten helpt, maar vitamine D is in voeding best schaars. Je vindt het vooral in vette vis (denk aan zalm, haring, makreel), eieren en in producten die bewust zijn verrijkt met vitamine D, zoals sommige margarines/halvarines en bepaalde (plantaardige) zuivelproducten. Dat is mooi meegenomen, alleen lukt het veel mensen niet om hier dag in, dag uit genoeg van te halen, zeker als vis niet vaak op tafel staat of je vooral “standaard” zuivel koopt die niet verrijkt is. Daarom kun je voeding het beste zien als ondersteuning, en een laaggedoseerd supplement als winter-achtervang.

Extra simpel: neem vitamine D bij een maaltijd met wat vet (noten, avocado, olijfolie), omdat het vetoplosbaar is. En check het etiket: niet elke yoghurt of haverdrink is automatisch verrijkt.
Veel mensen starten pas met vitamine D als ze zich al weken “vlak” voelen. Begrijpelijk, maar het helpt om realistisch te blijven over timing.
Vitamine D werkt niet zoals cafeïne. Je lichaam bouwt een spiegel op, en dat kost tijd. Daarom is het vaak slimmer om het te zien als een winterroutine: je zet je basis op orde, zodat je niet halverwege februari ineens inhaalt.
Een praktische tip die verrassend veel verschil kan maken: neem je vitamine D bij een maaltijd met wat vet. Vitamine D is vetoplosbaar en wordt in je darm beter opgenomen als er vet of olie aanwezig is. Dat hoeft niet ingewikkeld: yoghurt, eieren, noten, kaas, avocado, olijfolie, anything that makes sense voor jou.
Ochtend of avond? Dat is vooral een consistentie-verhaal. Kies het moment dat je het het makkelijkst volhoudt. (En als je merkt dat je er onrustig van wordt ’s avonds, verplaats je het naar de ochtend, simpel.)
Als mensen praten over “mijn vitamine D waarde”, bedoelen ze bijna altijd de bloedwaarde van 25-hydroxyvitamine D. Het Voedingscentrum legt uit dat vitamine D in de lever wordt omgezet in 25-hydroxyvitamine D, en dat dit precies de vorm is die gebruikt wordt om te bepalen of er sprake is van een tekort.

Dan de vraag: moet iedereen testen? Meestal niet. Het NHG (huisartsenrichtlijnen) geeft aan dat bepaling van de vitamine D-spiegel niet algemeen wordt geadviseerd en vooral zinvol is in specifieke situaties, bijvoorbeeld als onduidelijk is of iemand voldoende zonlicht krijgt of bij klachten die kunnen passen bij osteomalacie (zoals diffuse bot- en spierpijnen en proximale spierzwakte).
En “wat is dan een goede waarde?” Ook dat is context. In datzelfde NHG-kennisdocument staat bijvoorbeeld dat de streefwaarde bij ouderen > 50 nmol/L is (en bij kwetsbare ouderen wordt soms een hogere streefwaarde genoemd). Bottom line: als je test, interpreteer het altijd met je huisarts in jouw situatie (leeftijd, klachten, risico’s).
Hier wil je vooral duidelijkheid, geen supplement-jungle. Volgens het Voedingscentrum geldt voor iedereen een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van 10 microgram vitamine D, en mensen boven de 70 jaar hebben 20 microgram per dag nodig.
Daarnaast zijn er groepen die extra vitamine D via een supplement wordt aangeraden, omdat ze het niet genoeg uit zonlicht en voeding halen. Denk aan jonge kinderen, zwangeren, mensen met een donkere/getinte huid, mensen die weinig buiten komen of bedekkende kleding dragen, vrouwen 50–69 en iedereen vanaf 70.
Wat ik zelf een fijne “realiteitscheck” vind: vitamine D is niet iets waarmee je eindeloos wilt stapelen “voor de zekerheid”. Meer nemen dan geadviseerd levert niet automatisch extra gezondheidswinst op.
Als er één doelgroep is waarbij “ach, komt wel goed” niet de aanpak is, dan zijn het baby’s en jonge kinderen. Het Voedingscentrum is heel duidelijk: alle kinderen tot 4 jaar hebben elke dag 10 microgram extra vitamine D nodig, als druppels of tabletjes. En: goedkopere huismerken zijn even goed als duurdere A-merken. Handig, want je wil dit vooral consequent volhouden.
Heeft je kind een donkere/getinte huid, komt het weinig buiten of draagt het bedekkende kleding? Dan adviseert het Voedingscentrum om ook na 4 jaar door te gaan met dagelijks 10 microgram, omdat zonlicht dan minder vitamine D aanmaakt in de huid. En nog een belangrijke (maar geruststellende) nuance: ook als je kindje flesvoeding krijgt waar vitamine D aan toegevoegd is, blijft het advies om een supplement te geven; met de combinatie zit je nog ruim onder de veilige bovengrens.
Als je “welke vitamine D is het beste” intikt, kom je al snel in marketingland. Laten we het praktisch houden. Het Voedingscentrum benoemt dat er vitamine D2 en D3 bestaat, en dat vitamine D3 een iets sterkere werking heeft dan D2. Verder adviseren ze: kies bij voorkeur een supplement met vitamine D3, en qua vorm maakt het niet uit of je druppels, capsules of tabletten kiest.
Dus hoe kies je dan?
Wil je het nog simpeler maken: kies D3, kies een normale dagdosering, neem het met eten, en wees consistent.
Dit is het deel waar veel mensen teleurgesteld raken, niet omdat vitamine D “niet werkt”, maar omdat de verwachting niet klopte. Realistisch gezien is vitamine D vooral een basisfactor voor botten en spieren. Het Voedingscentrum benoemt ook dat een supplement bij ouderen het risico op vallen en botbreuken kan verkleinen, en dat voor jonge kinderen het risico op rachitis vermindert.

Wat minder realistisch is: dat vitamine D in z’n eentje je complete winterdip oplost. Als je wintermoeheid vooral komt door weinig licht, een later slaapritme, minder beweging en meer binnen zitten, dan is vitamine D hooguit één stukje van de puzzel. (Een belangrijk stukje, maar niet het hele plaatje.)
Mijn favoriete manier om ernaar te kijken:
Ja, maar in de praktijk gaat het vooral mis bij langdurig te hoge supplement-inname.
Het Voedingscentrum zegt dat je alleen te veel vitamine D binnenkrijgt als je langdurig te veel supplementen gebruikt, en noemt aanvaardbare bovengrenzen (o.a. 100 microgram per dag voor volwassenen; lager voor kinderen en baby’s). Daarom: blijf bij de geadviseerde hoeveelheden, tenzij je arts iets anders adviseert.
Als je dit artikel leest omdat je denkt: oké, maar wat doe ik nu? Dan is dit de simpele aanpak:
Helpt vitamine D tegen moe in de winter?
Soms, vooral als je écht een tekort hebt. Wintermoeheid kan ook komen door weinig daglicht, slechter slaapritme, minder beweging of stress. Vitamine D kan een ontbrekend “basisstuk” zijn, maar is zelden de enige oorzaak.
Wat zijn vitamine D tekort symptomen?
Vaak vaag: spierzwakte, spierpijn, bot-/gewrichtspijn en algehele futloosheid. Het lastige is dat deze klachten óók bij veel andere dingen passen. Daarom is “ik herken dit” niet hetzelfde als “ik heb zeker een tekort”.
Wanneer heeft het zin om je vitamine D waarde te meten?
Als je klachten hebt die kunnen passen bij een tekort of als je een hoger risico hebt. Een bloedtest (25(OH)D) is vooral handig bij aanhoudende spier-/botklachten, medische risicofactoren of als je wilt weten of suppleren nodig is/werkt.
Wat is een goede vitamine D waarde?
Dat hangt af van je situatie, leeftijd en richtlijn. Artsen kijken naar je totale plaatje (klachten + risico + uitslag). Daarom is “één perfecte waarde” lastig; interpretatie door huisarts is het meest zinvol.
Hoeveel vitamine D per dag heb ik nodig?
Vaak 10 microgram per dag; 70+ vaak 20 microgram per dag. Dit zijn praktische richtlijnen voor veel mensen. Zit je in een risicogroep (weinig zon, getinte huid, bedekkende kleding, zwanger, ouder), dan is een dagelijks supplement meestal logisch.
Microgram of IU… wat moet ik aanhouden?
0 microgram = 400 IU. Veel potjes gebruiken IU. Handig om te onthouden: 20 microgram = 800 IU.
Welke vitamine D is het beste: D2 of D3?
Meestal is vitamine D3 de beste keuze. D3 wordt vaak gezien als effectiever in het verhogen van je spiegel. Kies vooral een betrouwbare dosering die je consequent neemt.
Druppels, tablet of capsule: maakt dat uit?
Nee, kies wat jij het makkelijkst dagelijks gebruikt. Voor baby’s zijn druppels vaak het handigst. Voor volwassenen is een tablet/capsule prima. Consistentie is belangrijker dan “de perfecte vorm”.
Wanneer neem ik vitamine D het beste in?
Bij voorkeur met een maaltijd (liefst met wat vet). Vitamine D is vetoplosbaar, dus je neemt het doorgaans beter op met eten (bijv. ontbijt met yoghurt/noten of lunch/diner).
Hoe snel merk je effect van vitamine D?
Reken op weken, soms langer. Je bouwt een spiegel op. Heb je een tekort, dan kun je na een paar weken tot maanden verbetering merken (bijv. minder spierklachten). Zonder tekort merk je vaak weinig.
Vitamine D baby: hoeveel en hoe lang?
Baby’s en kinderen tot 4 jaar krijgen meestal 10 microgram per dag. Dit is een standaardadvies omdat groeiende botten extra kwetsbaar zijn. Bij een getinte huid of weinig zon kan langer suppleren worden aangeraden.
Moet ik vitamine D ook nemen als ik gezond eet?
In de winter kan dat alsnog zinvol zijn. Voeding levert vaak niet genoeg vitamine D om het zonlicht te “compenseren”, zeker niet als je weinig buiten komt.
Moet je vitamine D alleen in de winter slikken of het hele jaar?
Dat hangt af van je zonblootstelling en risicofactoren. Sommige mensen doen alleen oktober–maart, anderen het hele jaar (bijv. getinte huid, weinig buiten, bedekkende kleding). Kies wat past bij jouw leefstijl.
Kan ik te veel vitamine D nemen?
Ja, langdurig te hoog kan schadelijk zijn. Blijf bij normale dagdoseringen (bijv. 10–20 microgram) tenzij je arts iets anders adviseert. “Megadoses” zonder reden is geen goed plan.
Ik vergeet vaak supplementen. Wat is de makkelijkste oplossing?
Koppel het aan iets wat je sowieso doet. Zet het bij je tandenborstel, koffie, ontbijtgranen of in de keuken naast je favoriete mok. Je wint het spel met routine, niet met motivatie.